Fietsdiploma → Diploma C → Oefening 11
Kan het?
Bij elk kruispunt vraagt het kind hardop "kan het?". Jij beslist.
Wat je zegt
“Kan het?”
Nodig: niets. Alleen de fiets.
Hoe het gaat
- Spreek af dat hij het bij elk kruispunt hardop vraagt.
- Jij antwoordt met je vaste commando uit oefening 8.
- Jij beslist, altijd. Ook als een automobilist gebaart dat jullie mogen.
Wat er misgaat
- Hij vergeet te vragen. Stel de vraag dan zelf hardop, elke keer, tot hij hem overneemt.
- Hij vraagt het en rijdt tegelijk door. Dan is het een woordje geworden, geen vraag; laat hem wachten op je antwoord.
- Een automobilist wuift jullie door en het kind gaat rijden. Dit is precies het moment waar de oefening voor bedoeld is.
Wat dit traint
Het kind leert dat er bij een kruispunt altijd een vraag hoort. Het antwoord blijft bij jou.