Fietsdiploma → Diploma B → Oefening 8
Stoplichtspel
Wachten, gaan, langzaam. De woorden die je buiten ook echt gebruikt.
Wat je zegt
“Wachten. Gaan. Langzaam.”
Nodig: niets. Alleen de fiets.
Hoe het gaat
- Bedenk vooraf welke drie woorden je onderweg echt gebruikt. Meestal zijn dat wachten, gaan en langzaam.
- Het kind rijdt, jij roept de woorden in willekeurige volgorde.
- Gebruik niet ‘rood’ en ‘groen’. Die woorden geef je onderweg nooit.
Timer
Richttijd 5 minuten. Stop als de tijd om is, ook als hij nog wil.
De timer is er om te stoppen terwijl het nog leuk is.
Wat er misgaat
- Je valt terug op rood en groen. Dan oefent hij een commando dat je buiten niet gebruikt.
- Je gebruikt de ene keer ‘wacht’ en de andere keer ‘stop’. Kies drie woorden en houd je eraan.
Wat dit traint
De commando's uit jullie eigen ritten worden een reflex.